Communicatie vaardigheden: inter-persoonlijk

Non-verbaal

  • Methoden om 'rapport' (contact, betrokkenheid) te scheppen en te houden.
    Synchronisatie van verbale en non- verbale communicatie, match, mismatch, backtrack, sort by self, sort by other.
  • Representatiesystemen leren herkennen en gebruiken.
    V.(visueel) A.(auditief) K.(kinestetisch) O. (olfaktorisch) G.(gustatief) zien, horen, voelen, ruiken, proeven
  • Predikaten leren ontdekken van elk representatiesysteem bij jezelf en de andere.
    Observatie: kalibreren en ontwikkelen van verscherpte zintuiglijke waarneming.
  • Ankering bij anderen. Visuele, auditieve – kinestetische ankers plaatsen bij anderen

Verbaal

  • Meta-model het zuiveren en preciseren van de taal: generalisaties, distorsies, weglatingen.
    De innerlijke communicatie, leren beheersen en sturen, want zij bepaalt de reactie van je neurologische systeem.
  • Milton model: hypnotisch taalgebruik, het tegenovergestelde van het meta-model

Transformatie: intra-psychisch

  • Submodaliteiten: de verfijning van elk representatiesysteem, hoe wij de uiterlijk werkelijkheid omzetten in onze eigen ervaring binnen in. En hoe we die ervaring kunnen veranderen. Hoe we beperkende ervaringen kunnen omzetten tot zinvol en verrijkend.
  • Index computation: verdeling van de aandacht in drie parten: interne processen, extern gedrag, interne gemoedstoestand
  • Fysiologie van vermogende staat
  • Associatie-dissociatie
  • Zelfankering
  • Herkaderen: Het veranderen van de betekenis van een ervaring.
    6 stapskherkadering.
    Ruimtelijke herkadering.
    Verbale herkadering.
  • Ankeren
    • Een hulpbron zoals vertrouwen, zelfrespect, enthousiasme leren oproepen, en dan verbinden aan een stimulus, die je zelf kan activeren, zodat je die hulpbron kan oproepen wanneer je maar wilt. en kunt overzetten naar andere omstandigheden.
    • Automatische ongewenste emoties neutraliseren, oude ankers neutraliseren.
    • Een nieuwe automatische ketting van nuttige emoties opbouwen.
    • Je persoonlijke geschiedenis veranderen.
    • De energie van de topmomenten uit je leven leren gebruiken.
    • Een hulpbron, vermogende stemming van één context overbrengen naar een andere context.
  • Werken met deelpersoonlijkheden: tegenstrijdigheden opsporen in jezelf en in harmonie brengen.
    Oproepen van tegenstrijdige delen of polariteiten van één deel, onderhandelen in een ruimtelijke herkadering.
    Integreren van de polariteiten.
  • Chunken: de organisatie van een geheel in onderdelen, kleinere delen, evenwaardige delen, het groter geheel.

Interventie

  • Conflicten oplossen
    De drie waarnemingsposities: ik, de andere, een neutrale getuige, voor het verzamelen van meer informatie.
  • Allergie-proces: herprogrammeren van het immuunsysteem bij enkelvoudige allergieën: voedsel, dieren, pollen
  • Fobieën techniek:
    • De snelle, korte versie voor enkelvoudige fobieën: hoogtevrees, spinnen, vogels, etc ...
    • Trauma-fobie techniek, met dubbele dissociatie.
  • Metaforen: een vergelijking van de probleemsituatie in een andere context, meestal onder de vorm van een verhaal vanuit een fantasiewereld, zodat er een rechtstreekse impact en transformatie is in het onderbewustzijn.
  • Opsporen van denkstrategieën: decoderen van de innerlijke die we volgen, die ons belet een resultaat te bereiken, of juist toelaten succes te hebben.

Motivatiestrategie - Leerstrategie - Creativiteitstrategie - Beslissingsstrategie.

Transformeren van onnuttige strategieën.

  • Swish en future pacing. De programmatie van een nuttig gedrag in de toekomst.
  • De 6 logische niveaus: voor het scheppen van persoonlijke congruentie, waarbij hoofd en hart en alle delen van jezelf in dezelfde richting werken.

Doelstellingen bereiken: Outcome model

  • Sleutelelementen voor het duidelijk stellen en bereiken van een doel (specificeren)
    • Het duidelijk leren formuleren van een doelstelling maakt het bereiken ervan makkelijker.
    • Kader voor het omschrijven van de probleemstelling.
    • Kader voor het beschikbaar maken van de resources, kwaliteiten, vermogens.
    • Kader voor de eerste stappen tot verwezenlijking en de test.